Gefascineerd door mijn vaders familiegeschiedenis – komend uit een gezin van twaalf kinderen, opgegroeid in armoede met een strenggelovige vader – zocht ik zes ooms en tantes op voor het maken van een portret (de anderen zijn al overleden, op één oom na, wiens portret ik nog zal maken).
Schrijver en journalist Ferry Wieringa vergezelde mij bij de diepte-interviews die daarop volgden. Terwijl ik het concept bewaakte, vertaalden we de gesprekken in een gezamenlijk redactieproces naar verhalen die gaan over de relatie met hun vader. De serie is verschenen op Hard//hoofd.
(Een uitzondering daarop vormen de verhalen over oom Piet en tante Bep die op Hard//hoofd staan. Ferry schreef ze vanuit zijn eigen visie en gaan niet persé over de relatie met hun vader).
Oom piet: ‘Mijn vader was een voorbeeld voor mij. Hij had oog voor iedereen. Hij hielp mensen die het zwaar hadden.’
Oom Wim: ‘Naar de foto van mijn vader kijk ik nooit. Toen Sjaak was geboren, kwam ie langs en zei: “Die moet je wegdoen.” Ik heb hem heel snel de deur gewezen.’
Tante Janny: ‘Ik liet me niks zeggen. Ik was tegen de draad in, ten minste: tegen mijn vader.’
Oom Frits: ‘Hoe mijn vader het voor elkaar kreeg weet ik niet, maar we waren niet arm. We hadden een normaal huis en te eten.’
Tante Ria: ‘Ik heb me tegen mijn vader afgezet. Ik was als de dood voor hem. Die blauwe ogen.
Oom Piet#1, Tante Bep, Oom Wim, Tante Janny, Oom Frits#1,Tante Ria, van top tot teen 100 x 70 cm, kleurpotlood op papier, 2017 -2019






