19.09.2022
Het is in de ochtend als een oudere nog jeugdig uitziende man strompelend komt aanlopen. Hijgend en puffend zoekt hij steun bij het kassablok. Nog voor ik iets kan zeggen, begint hij al te praten. Met een hoge, ietwat meelijwekkende stem vertelt hij me een onduidelijk verhaal over een gebeurtenis waar ik middenin val. Hij had de verkeerde tram genomen, moest toen met de bus terug. Het leek alsof hij verdwaald was. ‘Moet u hier zijn?’ Ja, dit was uiteindelijk zijn bestemming.
Met behulp van een stok loopt hij waggelend verder de winkel in. ‘Wat voor schoenen had u gewild?’ vraag ik. Ik kijk naar zijn brede voeten gehuld in versleten schoenen. Hij wijst een paar Bordeauxrode leren schoenen aan. ‘Die lijken me wel geschikt’, zegt hij. ‘Met een punt graag. Geen ronde neuzen.’ Als ik met de schoenen terugkom, neemt de oude man plaats op de bank, ziet dan een vlek op zijn broek en wrijft hem met een beetje spuug weg. Mijn oog valt ook op de vlek. Ik zie er meer. Hij zit helemaal onder.
Terwijl hij blijft praten, steeds met die meelijwekkende stem, help ik hem in de nieuwe schoenen. Hij houdt ze gelijk maar aan. Zijn oude schoenen kon de schoenmaker niet meer repareren. Ik pak ze op en zie gaten in zijn zolen zitten. Ook de achterkant voor de steun van zijn hielen is helemaal verbogen. We lopen naar de kassa. Bij het afrekenen doe ik de oude schoenen in de doos van de nieuwe, dan kan hij er thuis afscheid van nemen.