30.03.2025

Ze zit met één been uitgestrekt op de hoek van de bank. Ze keurt de bruine suède instapper met een lage hak aan haar voet. Een andere bruine instapper met een hogere hak houdt ze in haar hand. Daarna staat ze op en loopt naar het licht bij de ramen om de kleur van de schoenen beter te bekijken. Ze vraagt me of ze allebei echt bruin zijn. ‘Of is deze schoen aan mijn voet paars?’

De oude dame rond de zeventig ziet er netjes en verzorgd uit. Een fijn gezicht, dunne huid, kleine slanke handen. Ze heeft rode lippenstift op. Haar haar is in een bescheiden kleurtje geverfd. Het is door de wind wat opzij geschoven. Door de weinige haren die er nog zitten zie ik haar hoofdhuid er doorheen schemeren. Ze draagt een zwarte lange jas, de kraag afgesloten met een zilveren broche. Daaronder een broek met geometrische vormen in zwart, wit en bruine tinten.

Het gesprek begon ze in haar eentje en zette ze met mij voort, maar het was alsof ze nog steeds alleen tegen zichzelf praatte, haar gedachten hardop uitsprak. Ze keek niet op of om. Eerder in de verte. Ze vindt het verstandiger niet die met een hogere hak te nemen. Ook al wil ze het zo graag. Ze heeft zoveel schoenen met hoge hakken thuis staan, maar ze kan er niet meer op lopen. Bang om te struikelen nu ze ouder is geworden.

Ze vertelt over de straat waarin ze woont: ‘Dan heb je een duur huis, maar buiten is het niet te doen met de boomstronken die de straattegels omhoogduwen.’ Ik sta er passief bij, kijk en luister. Mijn adviezen lijken niet tot haar door te dringen. De bruine kleur van die met de hogere hak vindt ze eigenlijk mooier. Die is warmer. Maar die met de lagere hak is verstandiger. Na een lange tijd, steeds van schoenen wisselend, neemt ze een besluit. Het worden die met een lagere hak.

Als we bij de kassa aankomen, vertelt ze dat haar man nog maar vijftien maanden geleden overleden is. Ze heeft het er zwaar mee. Ook haar zoon is ze verloren. Al eerder. Op zijn eenenvijftigste begaf zijn hart het. Hij worstelde met zijn gewicht. Was dan weer dik, dan weer dun. Ze is nu alleen. Voordat haar man overleed zei hij haar vooral veel leuke dingen te doen. Maar ze vindt dat moeilijk.

Ze gaat met vriendinnen naar het concertgebouw. Sinds kort heeft ze een man leren kennen die ook zijn vrouw heeft verloren. Ze gaan samen op stap. Ze wil alleen vrienden blijven. Meer wil ze niet. Ze valt stil. Door de zware verliezen in haar leven lijkt er een grens weggevallen te zijn tussen haar binnen- en buitenwereld. Ze uit zich zonder na te denken over wat haar omgeving daarvan vindt. Dat maakt haar kwetsbaar. Ik leg kort mijn hand op haar schouder en geef haar dan de tas met schoenen mee.