Een klant neemt plaats in een luie stoel op een soort platform. Een parasol is aangeschoven of er hangt een luifel boven zijn hoofd. De schoenpoetser pakt er zijn eenvoudige kruk bij en dan is het poetsen geblazen. Mijn aandacht werd getrokken naar hun onderlinge verhoudingen. Wie heeft de touwtjes in handen en wie moet het onderspit delven? Je zou zeggen dat de klant de baas is, dat de schoenpoetser aan het kortste eind trekt. De klant bezit immers de financiële middelen om iemand anders voor hem te laten werken. Hij hoeft zich alleen maar over te geven aan de situatie. Maar kan de klant dat met een gerust hart doen? Is de schoenpoetser te vertrouwen?
Op een eenvoudige manier bouwde ik de creaties van de schoenpoetsers na, met stoelen en tafels die ik thuis aantrof. Twee daarvan fotografeerde en tekende ik na. Zo kon ik de ambivalente verhouding die ik ervaar tussen de schoenpoetser en zijn klant verder onderzoeken en invoelbaar maken.
Eetkamerstoel: 38.5 x 28.5 cm (2015), Luie stoel: 38.5 x 30 cm (2015), Schoenen poetsen #1 + #2 (de tekeningen zijn gemaakt op groot en klein formaat): 180 x 110 cm (2013) + 38.5 x 28.5 cm (2014), Schoenen poetsen #3: 38.5 x 30 cm (2014), kleur- en pastelpotlood op papier.



