14.03.2022
Het zijn de eerste klanten. Twee mannen – de één is kleiner dan de ander – dragen een tas met zich mee. Daarin zit hun smoking. Ze zoeken er schoenen bij. De kleinste van hen heeft een leren motorjack aan. Alleen rijden op een motor doet deze man denk ik niet. De andere is twee koppen groter, brede nek en schouders. Ze zijn rond de zestig. Mannen van de straat, maar al te zeker van hun zaak lijken ze me niet. Ze gaan naar een gala en willen een goede indruk maken. ‘De eerste moet de beste zijn.’ ‘Met de juiste schoenen en pak meteen binnenkomen.’ Ze vallen voor de zware en dure uitvoeringen van een Italiaans merk. Als ik hen voorstel naar de spiegel te lopen om te kijken hoe de schoenen staan zegt de kleine dat hij dat beter niet kan doen. ‘Geen gezicht voor die spiegel.’ Ze pakken flink uit, kopen riemen erbij en lopen na aankoop de deur weer uit.
Een oude vrouw die ik een week eerder naar een tas heb zien kijken is er die dag ook. Ze pakt de tas weer op en bekijkt hem eens goed. ‘Het is wel een hoop geld hè?’ Of ze hem even voor de spiegel mag houden. Ze doet de tas met leren band om haar schouder. ‘Hij is wel mooi, hè?’ De tas die het formaat van een horizontaal gevouwen A4tje heeft is voorzien van een ragfijn ontwerp. Verschillende tinten zachtroze, oranje, rood, blauw, geel zijn als streepjes naast elkaar geplaatst. Nu ze zo voor de spiegel staat vang ik een glimp op van hoe ze er als jonge vrouw uit moeten hebben gezien. Een tere huid, zachte vriendelijke ogen. Ik vind haar mooi.