07.02.2022

Een echtpaar stapt de drempel over. Eerst zij, dan hij. Het zijn lange mensen met lange jassen. Ze lopen ver voorovergebogen. Bij de vrouw reikt de jas daardoor tot aan haar enkels. De man draagt een witte pet op zijn hoofd met een klep, de vrouw een muts afgewerkt met een pluizige ring van wit konijnenbont. Als ze loopt deinzen de haren op en neer. Ook zij heeft, net als de vrouw van gisteren, lakschoenen aan. Alleen zijn het nu geen pumps maar instappers met een gouden schakelketting bij de neus. Ze zijn ook haar een maat te groot. Ik spreek de vrouw aan. ‘Geen hulp nodig, dank u.’ Zo snel als ze over de drempel kwamen zo snel verdwijnen ze weer.

Dezelfde dag komt er nog een man binnen van een jaar of dertig. ‘Dag, ik zoek schoenen, alleen geen makelaarsschoenen.’ Als ik vraag wat makelaarsschoenen zijn volgt het antwoord: ‘met een dubbele gesp.’ Die dus niet. Hij wijst suède veterschoenen aan van een Spaans merk. ‘Kan ik die passen?’ Als hij ze aan heeft zie ik hem twijfelen. ‘Ze zijn wel erg puntig.’ Ik beaam dat. ‘Het is wel modern hè?’ Zijn zekerheid moet van buiten komen. De schoenen waarmee hij binnenkwam waren duur. Hij toont ze me en noemt een merk dat ik niet ken. ‘Ze kostten rond de achthonderd euro.’ Hij neemt uiteindelijk de suède veterschoenen en rekent af met een aantal briefjes van vijftig euro die hij opgevouwen uit zijn broekzak haalt.