06.02.2022

Het is in de middag als een vrouw onze winkel binnenstapt. Ik schat haar een jaar of zestig. Haar blik is gericht op de vele schoenen die op de presentatie blokken staan. Ze kijkt nauwelijks om haar heen. Ze loopt op een paar lakleren pumps af, pakt er één op, bekijkt hem en zet hem verkeerd terug. Dit doet ze een paar keer. Ze keurt verschillende schoenen, wikt en weegt. De lakleren pumps blijven favoriet, ze keert ernaar terug. Terwijl ik op haar afloop valt mijn blik op haar voeten die gepropt zijn in beige pumps, ook van lak met een strikje op de neus. In de breedte zijn de schoenen te smal maar in de lengte minstens een maat te groot. Het lijkt haar niet te deren.

Haar benen zijn gehuld in een zwarte maillot. Ze draagt een grijze rok en een lange grijze jas met visgraatmotief. Ook de jas is haar een paar maten te groot. Als een vormloze zak valt het over haar voluptueuze lichaam. Haar gezicht, dat verraad dat ze uit een warm land afkomstig is wordt omlijst door golvend geverfd haar in een vage kleur oranje. Als ik haar aanspreek om te vragen of ik haar kan helpen komt er een jonge man bij staan, vermoedelijk haar zoon. Heel zijn voorkomen verschilt van ‘zijn moeder’. Hij oogt ranker, is verfijnder en genuanceerder in zijn manier van bewegen en spreken. Alsof hij compenseert waar het haar aan ontbreekt.