11.09.2022

Een man en een vrouw rond de zestig zoeken schoenen. Het is voor haar. Ze draagt correctiezooltjes die er in moet kunnen. Het is voor een feestje. Eerst pakt de vrouw een schoen op die voor oma’s van in de tachtig zijn. Ze bekijkt hem maar zet hem weer terug. Dan komt ze met een schoen van een Frans merk aanlopen. ‘Die zijn mooier. Maar ja, de zooltjes passen er niet in.’

Haar man vindt het maar niks. Toch wil ze ze passen. Als ze met de schoenen voor de spiegel staat verandert ze. Ze straalt. Voelt zich een begeerde vrouw. Haar man blijft op afstand staan en knikt. ‘Ja, ze zijn mooi. Maar zitten ze ook lekker?’ Als een klein meisje dat om goedkeuring vraagt aan haar vader staat ze er bij.

Ze wil ze. Dat is duidelijk. Maar haar man is de baas wat je je nauwelijks voor kunt stellen gezien zijn afmetingen. Hij is klein en dun. Hij moet zijn best doen haar de baas te blijven. Zij heeft het voorkomen van een kroegvrouw. Veel is er niet voor nodig om haar eigen gang te kunnen gaan. Haar man weet dat. Dat moet hij zien. Ze krijgt de schoenen. Hij betaald.