19.01.2025

Pantoffels moet hij hebben. De zool mag niet van rubber zijn. Dat maakt teveel lawaai. De buren klagen. Een man in een vale spijkerbroek, gekreukelde blouse en jas staat tegenover mij. In zijn hand heeft hij een boodschappentas. Zijn haar zit door de war, er is geen kam doorheen gegaan lijkt het wel. Wallen onder zijn ogen, tanden die opvallen. Met name eentje die er wat uitsteekt. Geel gekleurd wijkt het in het rijtje af. Als hij praat lijkt hij zijn lip rondom deze tand extra op te tillen. Zijn ogen, neus en mond komen in een scheve hoek te staan.

We lopen richting de pantoffels. ‘Ik heb pantoffels van vijf euro gehad’, zegt hij. ‘Onze prijs, negenennegentig euro vijfennegentig’. ‘Zijn de pantoffels zo duur geworden?’ Zijn stem schiet omhoog. ‘Het is niet goedkoop maar het is van hertenleer en nagenoeg handgemaakt’, zeg ik.  Ik laat hem een pantoffel zien met een zool van suède. ‘Voldoet dat qua geluid?’ vraag ik.

Hij neemt de pantoffel in zijn hand en bekijkt hem. ‘Ik twijfel over de prijs. Mijn schoenen zijn net zo duur’, zegt hij. We kijken naar zijn zwarte veterschoenen die hij aan heeft. Degelijke stappers zijn het, het leer ervan is uitgedroogd en kan wel wat vet gebruiken. Hij noemt een voor mij onbekend merk.

Dan trekt hij één schoen uit en slaat met de zool op een richeltje in onze winkel dat daar niet voor bestemd is. Met zijn hand vormt hij een schelp rondom zijn oor en luistert aandachtig naar het geluid. Dezelfde handeling verricht hij met onze pantoffel. ‘Maakt het meer of minder geluid dan mijn schoen?’, vraagt hij me. ‘Ik kan natuurlijk ook de zool van mijn schoenen eraf halen. Ik heb er toch een aantal van dezelfde in huis liggen. Of ik kan de vloer met rubber bekleden dan hebben ze er ook geen last van. Hij wikt en weegt.

‘Laat ik toch maar de pantoffels proberen, maat zesenveertig. Met de juiste maat uit het magazijn kom ik weer bij hem. Voor zijn voeten leg ik de pantoffels neer. Staand schuift hij erin. Halverwege blijven zijn voeten haken. De pantoffels zijn te smal . Zijn tenen komen niet tot aan de voorrand. Met kracht probeer ik zijn voeten verder in de pantoffels te duwen. Zonder resultaat. ‘Breder hebben we niet’, zeg ik.

Dan bedenk ik me dat hij ook pantoffel sokken aan kan doen. Zo zou het probleem van de breedte ermee opgelost zijn. Ik pak een paar en toon ze hem. ‘Ook nog een stuk goedkoper en ze maken geen geluid’, zeg ik. ‘Kun je daar ook mee de douche in? Ik moet er wel mee de douche in kunnen.’ Die vraag had ik niet aan zien komen. ‘Nee, je kunt er niet mee de douche in. Ook niet met de vorige pantoffels. Het zou zonde zijn.’

De prijs is vast voor hem het grootste probleem denk ik bij mezelf en geef de moed op. Deze man kan ik niet voor me winnen. Zijn gestalte vervaagt en nauwelijks hoor ik nog de laatste woorden die hij uitspreekt voordat hij vertrekt. ‘Ik twijfel, ik heb bedenktijd nodig. Ik kom een andere keer terug.’.