Guus Muller | ‘Monica tekent’ (2017)

‘Tik tik tik tik tik tik tik. Ze denkt er niet aan want ze doet, ze tekent, ze is de beweging, kijkt, vergelijkt, berekent, ziet de vergroting en de tekening zelf. Dat zien en vergelijken stilaan buiten zichzelf, buiten haar hoofd, buiten haar fantasie treedt zo op papier als stip stip stippen tik tik tik tik tik tikken. ‘

 

Kunsttraject Amsterdam Zeeheldenbuurt (2019)

Die afstandelijke benadering leverde juist verrassend aandoenlijke portretten op. Voor Monica was alles even belangrijk: ieder rimpeltje en haartje, ieder bloemetje op de blouse van tante Bep, het is allemaal met dezelfde nauwkeurigheid afgebeeld. De ooms en tantes staan in de simpelst denkbare en meest neutrale pose op het witte papier.’

 

Laura de Bar | Kunstenaarsmagazine nr. 148 (2021)

Ze vertelt me dat de mensen die ze uitkiest om te portretteren allemaal iets in zich hebben waardoor zij voelt dat ze dichter bij hen mag komen; iets kwetsbaars. Het proces voorafgaand aan het vragen of Monica iemand mag portretteren is nauwkeurig, hier denkt Monica lang over na. Zo iemand moet Monica triggeren, aantrekken, zelfs beangstigen. Mensen moeten transparant blijven en een verdere grens hebben waarbij Monica het gevoel heeft dat ze een stapje naar voren kan doen. Dat zorgt dan ook voor het effect dat Monica’s werk op anderen heeft, het creëert een intiem, confronterend maar ook comfortabel gevoel met de kijker.’

Ome Wim bijvoorbeeld, is een hele stoere man, een bouwvakker. Oogcontact kreeg Monica nooit met hem, hij voelde ongemak wanneer zij dichterbij kwam en andersom ervoer zij dat ook zo. De camera hielp hierbij, omdat er wat tussen ome Wim en Monica zat, zo kon Monica Wim kwetsbaar vastleggen. Later, toen Monica de foto natekende, voelde het alsof ze nog dichter bij hem kwam, alsof ze helemaal in hem kon stappen. Na dit proces, was het ongemak weg, Monica en Wim konden elkaar toen gewoon aankijken, Wim keek terug.’

 

Hanne Hagenaars | Instagram (2022)

Dat is ook het moment dat Monica steeds zoekt, als de man of vrouw haar aanwezigheid niet meer ervaart. Ze wil graag door hun emoties heenkijken, een connectie voelen, op het meest intense niveau. En dat zie je in haar tekeningen terug, ze zijn intens.’

 

Sandra Mackus | Was getekend…, Limburg Biënnale (2024)

Niets wordt geflatteerd, in tegendeel zelfs. De man lijkt ons ietwat ongemakkelijk aan te kijken en weet zich niet goed een houding te geven. Het portret roept daardoor kwetsbaarheid op, wat niet alleen door zijn houding wordt veroorzaakt maar ook door het zachte kleurgebruik, en de plaatsing in het midden van een groot vel wit blad. De ‘leegte’ rondom de man zorgt ervoor dat hij gevoelsmatig kleiner lijkt en op een afstand wordt gezet.’